Ontstaansgeschiedenis

Hoe het allemaal begon

Oude foto uit geschiedenis
Oude zwart-wit foto

In de jaren zeventig was er in West-Brabant nauwelijks professionele dierenopvang.

Particulieren die een zieke of gewonde vogel, klopten meestal aan bij dorpsgenoten die bekend stonden als vogelliefhebbers. Door verstedelijking en milieuvervuiling nam het aantal slachtoffers snel toe. De lokale natuurliefhebbers wisten geen raad meer met de gewonde roofvogels, de zieke reigers en de aangeschoten ganzen. Een aantal vogel- en natuurwerkgroepen uit de regio besloot toen om samen met de landelijke Stichting Vogelbescherming een nieuw vogelopvangcentrum op te richten. Geld voor hokken en een goede opvangruimte was er niet. Behalve Vogelbescherming - die 3.000 gulden doneerde - gaven overheidsinstanties en natuurorganisaties niet thuis op verzoeken om financiële steun. De natuurliefhebbers lieten zich echter niet voor één gat vangen. Ze gingen wilgen knotten om de wilgentenen te verkopen, timmerden honderden nestkastjes en brachten ze aan de man en stroopten lokale bedrijven af voor afgedankte materialen. Drie jaar lang werd er aan de Luitertweg in de vrije uurtjes gebouwd, getimmerd en gemetseld. Met man en macht werd er gewerkt om dieren in nood voortaan een goede opvang te bieden. In 1980 kreeg het huidige centrum zijn vergunning en in 1984 werd dankzij de grote inzet van vele vrijwilligers het Vogelrevalidatiecentrum Zundert officieel geopend. Gaandeweg de jaren is het opvangcentrum steeds verder gegroeid. Steeds meer kooien werden gebouwd voor een steeds groter aantal opgevangen dieren. Momenteel worden jaarlijks meer dan 6.000 dieren opgevangen. Hieronder leest u een interview met oprichter en bestuursvoorzitter Charles Brosens n.a.v. de officiële opening van het Natuur Educatie Centrum De Luitert op 13 juni 2008.

Oude foto met uil

”Iedere vogel is door een paar handen gegaan.”

Het begon bijna 40 jaar geleden toen natuurliefhebbers steeds vaker bij hem op de stoep stonden met gewonde, zieke of hulpbehoevende vogels. Aangeschoten ganzen, vergiftigde roofvogels, of uit het nest gevallen jonkies. In de hele regio was er geen opvangcentrum voor vogels, vertelt Charles Brosens, voorzitter van de Stichting Vogelrevalidatiecentrum Zundert en toen al een fanatiek vogelliefhebber. ,,Wij dachten toen: als we de vogels echt willen beschermen, moeten we ook een oplossing bieden voor de gewonde dieren.” 'Wij’ waren het clubje vogelaars, dat samen de vogel- en natuurwerkgroep vormde. De groep richtte zich op na een succesvolle protestactie tegen een Belgische waterwinningsmaatschappij, dat putten wilde slaan in het grensgebied de Maatjes, waardoor een uniek rietlandschap met zeldzame vogels verloren dreigde te gaan. De vogelaars sloegen opnieuw de handen in elkaar en bouwden vogelhokken in de oude varkensstallen van de familie Brosens aan de Luitertweg. Op diezelfde plek staat nu een gloednieuw, modern gebouw, bestemd voor natuureducatie, dat op 13 juni a.s. officieel wordt geopend. Op deze zaterdagochtend verlaat een groepje bejaarden net de nieuwbouw, ze bedanken enthousiast voor de rondleiding door het centrum. Buiten klinkt het vrolijke getjilp van zangvogels als lichte achtergrondmuziek, met af en toe een lage 'oehoe, oehoe’-bas van een uil, een hoge jubel van een haan, en het ruzieachtige gesnater van een paar eenden er tussen door. Vrijwilligers voeren de vogels, en in een aangrenzend pand metselen en timmeren een paar mannen op hun vrije zaterdag een nieuwe ruimte met nog meer opvanghokken. Op de lange tafel in de gezellige woonkeuken staat de koffie al klaar voor de pauze. Charles: ''Het centrum draait op vrijwilligers. Mensen komen hier graag werken omdat ze hart hebben voor het centrum, maar ook vanwege de gezellige sfeer.” Al in de beginjaren wist ook de veldpolitie het centrum snel te vinden. Er werden niet alleen zieke vogels gebracht, maar ook vogels uit de illegale handel. Steeds vaker werd Charles ’s avonds laat zijn bed uit gebeld met de vraag of hij nog een partij in beslaggenomen zangvogels kon herbergen. 'Zundert’ werd al snel een begrip in de wereld van politie en handelaren. Tot op Schiphol toe.

Oude foto voeren

In 2002

werd het Vogelrevalidatiecentrum door het Ministerie van Landbouw, Visserij en Natuurbeheer officieel aangewezen als opslaghouder voor in beslag genomen inheemse vogels en uitheemse roofvogels en uilen. ''De illegale vogelhandel is sindsdien alleen maar toegenomen,” vertelt Brosens. Het centrum ving in 2006 zes in beslag genomen Steller-zeearenden op, de grootste arend ter wereld. In 2007 redde de politie 16 jonge lepelaars uit de handen van illegale handelaren en bracht ze naar Zundert. Vrijwilligers waren weken bezig om de jonge vogels met de hand te voeren. Charles: ''De schaduwkant is dat je niet altijd alle vogels kunt redden. De dieren worden uit de vrije natuur geroofd en zijn niet gewend om in kooien te leven. Of kunnen niet tegen ander voedsel. Voor de vrijwilligers is het vaak emotioneel als er vogels doodgaan.'' De mooie kant is dat het centrum in de loop der jaren is uitgegroeid tot een ontmoetingsplek voor natuur- en vogelliefhebbers. Jaarlijks zijn er speciale natuurprojecten en tentoonstellingen voor basisscholen en andere doelgroepen. Charles: ''Het hogere doel is om meer mensen te betrekken bij de natuur. De natuur is het belangrijkste, maar ook het kwetsbaarste systeem waarin we leven. Daar moeten me veel zorgvuldiger mee omgaan. Hier leren kinderen hoe alles met elkaar samenhangt, hoe belangrijk de kringloop van het leven is.'' Het Vogelrevalidatiecentrum wil zich in de toekomst nog meer gaan richten op voorlichting en educatie over de natuur, en toerisme en recreatie in de eigen omgeving. Charles: ,,We willen een soort groene VVV zijn, een open huis voor iedereen die meer wil weten over vogels en de natuur. Over nestkastjes, over milieuvriendelijk tuinieren, noem maar op. Zoals voetballiefhebbers in het weekeinde terecht kunnen op het sportpark, zo moeten natuurliefhebbers hier hun plek vinden. We merken dat daar behoefte aan is. De natuur is voor veel mensen ook een hobby, net als sporten. Het geeft veel voldoening als je goed voor de natuur zorgt.”

Oude foto voeren vogels

"Ik ben trots op het nieuwe gebouw en de groei die het centrum heeft doorgemaakt"

vertelt Charles, en hij hoopt dat de organisatie straks op eigen benen kan staan. Maar het centrum heeft ook zijn tol gevraagd. ''Ik heb hier alles ingestopt. Geld, bezittingen en heel veel vrije tijd. We hebben nauwelijks een privéleven. Gelukkig heb ik een fantastische vrouw die daar niet moeilijk over doet, maar als we ooit een rustige oude dag willen, moeten we gaan verhuizen.” Wat hem desondanks gemotiveerd houdt, is de gedachte dat iedere vogel die wordt binnengebracht met liefde en zorg wordt opgevangen. ''Er zijn de afgelopen jaren hier ruim 50.000 vogels binnengebracht. Iedere vogel gaat door een paar handen en over iedere vogel wordt een gesprekje gevoerd. De vrijwilligers praten er thuis weer over, en met vrienden en op hun werk. Het heeft een inktvlekwerking. Het zorgt ervoor dat mensen een zieke of gewonde vogel niet meer zomaar laten liggen. Op die manier dragen we een steentje bij aan een betere balans tussen mens en natuur.”